Inhoud

De school

Waar staat de school voor

De organisatie van de Waterlelie

Het onderwijs

De zorg voor de kinderen

Regelingen van A tot Z



Voorwoord

Het bezoeken van een basisschool is een belangrijk stuk in je leven. Dit geldt voor kinderen, maar ook voor ouders. In de loop van de jaren vertrouwt u uw kind ongeveer 8000 uur toe aan de zorg van leerkrachten van de basisschool. Een basisschool kies je dan ook met zorg.

Scholen verschillen steeds meer in werkwijze, sfeer, resultaten, kwaliteit, levensovertuiging en de visie op hoe kinderen leren. In deze gids willen we u graag een beeld geven van onze school. We laten hierin zien wat wij belangrijk vinden en hoe wij werken.

Basisschool De Waterlelie is een openbare basisschool waar iedereen welkom is. Wij willen kinderen vanuit een stevige basis tot volledige bloei laten komen. Het onderwijs willen wij daarom zoveel mogelijk afstemmen op het individuele kind, want elk kind is uniek. Leren omgaan met verschillen, respect hebben voor elkaar en samenwerken zijn binnen onze school belangrijke punten.

Deze gids wordt uitgereikt aan ouders, die al kinderen op onze school hebben en aan ouders van toekomstige leerlingen. Wij leggen in deze gids verantwoording af over onze manier van werken. Voor nieuwe ouders leggen wij uit wat zij mogen verwachten als hun kind een leerling van onze school wordt. Bovendien kan deze gids een steun zijn, als u de school wilt aanspreken. Het is dan een hulpmiddel in de dialoog tussen ouders en school.

De schoolgids vormt samen met de schoolkalender (deze krijgt u elk jaar via uw kind mee) een belangrijke informatiebron voor de ouders en leerlingen. Bewaart u deze informatie a.u.b. zorgvuldig.

Wij hopen dat u onze schoolgids met plezier zult lezen. Mocht u na het lezen nog vragen hebben, neem dan contact op met de directie.

Namens het schoolteam,
R.F. van der Steen


1. De school

1.1 obs De Waterlelie

De openbare basisschool De Waterlelie is gelegen in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. De school ligt in de nieuwbouwwijk De Volgerlanden. Deze wijk, waar in de periode 2000-2010 ongeveer 4500 woningen zijn gerealiseerd, ligt tussen Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht in. Het is een bijzondere wijk waar veel aandacht is besteed aan architectuur, duurzaam bouwen en een duurzame inrichting van de woonomgeving. De school staat in het midden van de wijk.

Het gebouw geeft ruimte aan vier basisscholen (een reformatorische, een protestants-christelijke, een rooms-katholieke en onze openbare basisschool). De buitenschoolse opvang, kinderopvang en peuterspeelzaal grenst aan het scholencomplex en wordt verzorgd door de stichting kinderopvang Hendrik-Ido-Ambacht. obs De Waterlelie werkt nauw samen met genoemde stichting, o.a. omdat zij de lunchopvang voor onze leerlingen verzorgen.

De school is van start gegaan op 20 oktober 2003 als dependance van obs De Dukdalf. Sinds augustus 2004 is de school zelfstandig. De wijk De Volgerlanden is het voornaamste voedingsgebied voor obs De Waterlelie.

1.2 Openbaar onderwijs

De Waterlelie is een openbare basisschool. Dit houdt in dat wij geen onderscheid maken naar godsdienst, levensovertuiging en sekse. Integendeel, op onze school staat de ontmoeting tussen verschillende mensen juist centraal. Onze leerlingen, ouders en leerkrachten hebben verschillende opvattingen over religie en levensbeschouwing. Wij schenken aandacht aan die uiteenlopende denkbeelden en meningen. Verschillen tussen kinderen en ouders in uiterlijk, opvatting en levensbeschouwing gebruiken wij juist als vertrekpunt voor het onderwijs. Wij willen kinderen respect bijbrengen voor elkaar en voor al die verschillen die wij in onze kleurrijke maatschappij tegenkomen.


2. Waar staat de school voor?

2.1 Uitgangspunten

We zien het als onze belangrijkste taak de leerlingen een goede basis mee te geven voor hun toekomst in de maatschappij.
Onze missie is dan ook: Vanuit een stevige basis tot volledige bloei komen.

Drie zaken spelen een belangrijke rol bij het uitdragen van onze missie:
• veiligheid en sfeer;
• aanleren van kennis en vaardigheden;
• een open houding ten opzichte van andere culturen, godsdiensten en levensovertuigingen.
De drie hierboven genoemde zaken houden voor ons het volgende in:

Veiligheid en sfeer:
Een sfeer waarbinnen leerlingen, ouders en leerkrachten zich prettig en veilig voelen is voor ons een voorwaarde. Dit proberen we onder meer te bereiken met behulp van duidelijke regels en afspraken voor leerlingen èn leerkrachten. De schoolregels en klassenregels zijn opgenomen in het schoolreglement en worden elk jaar geëvalueerd en zo nodig aangepast. Deze regels
en afspraken worden veelvuldig met ouders gecommuniceerd, zodat de kinderen zoveel mogelijk geconfronteerd worden met een eenduidige opvoedingscultuur. Zowel leerkrachten als leerlingen zijn verantwoordelijk voor het naleven van de afgesproken regels en afspraken.
Daarnaast besteden wij aandacht aan voorkomen en bestrijden van ‘pestgedrag’.
Voor de school zijn twee vertrouwenspersonen benoemd, te weten één m.b.t. seksuele intimidatie en één voor alle overige zaken. De namen en telefoonnummers van deze personen zijn opgenomen in deze schoolgids. Zorgen voor elkaar en voor de omgeving zien wij als een belangrijke opdracht voor de kinderen en de leerkrachten.

Aanleren van kennis en vaardigheden:
De Waterlelie werkt volgens een leerstof-jaarklassensysteem. De grote verschillen in prestatie
-en ontwikkelingsniveau, van de leerlingen, maken het noodzakelijk binnen dit systeem plaats in te ruimen voor individuele begeleiding van kinderen. Dit gebeurt o.a. tijdens het zelfstandig werken binnen de groepen en tijdens de weektaak. Individuele begeleiding is er voor leerlingen met leerproblemen maar ook voor leerlingen die meer werk aankunnen. De leerkrachten geven na een korte efficiënte algemene klassikale instructie vanzelfsprekend ook een verlengde instructie binnen de drie instructiegroepen. Tevens wordt er binnen de groepen gewerkt met een instructietafel. Op deze wijze kunnen de leerlingen die extra aandacht nodig hebben, die ook daadwerkelijk krijgen. Ook het werken met uitgestelde aandacht zorgt ervoor dat de leerkracht meer ruimte krijgt voor individuele aandacht binnen de groep.
Belangrijke grondbeginselen binnen ons onderwijs zijn dan ook:
• differentiatie;
• onderlinge samenwerking;
• zelfstandigheid;
• vrijheid (in gebondenheid) en
• verantwoordelijkheid.

De extra formatie die onze school toegewezen krijgt, wordt volledig ingezet om combinatiegroepen te voorkomen, zodat individuele begeleiding in de klas door de leerkracht zelf kan worden uitgevoerd. Daarnaast is een uitgebreid netwerk van zorgverbreding ontworpen.

Een voorwaarde om dit te kunnen bereiken is een goed uitgevoerd klassenmanagement door de leerkrachten.
Belangrijke punten in dit verband zijn dan ook:
• zelfstandig werken;
• effectieve en gedifferentieerde instructie;
• effectieve leertijd;
• goede klassenorganisatie (voorbereiding en administratie);
• praktische inrichting van het klaslokaal.

Een open houding ten opzichte van andere culturen, godsdiensten en levensovertuigingen:
De Waterlelie is een openbare school. Dat wil zeggen dat onze school toegankelijk is voor alle leerlingen en dat kinderen uit verschillende godsdienstige en niet-godsdienstige milieus zich thuis moeten voelen op De Waterlelie. Hieruit vloeit voort dat het tot onze taak behoort de kinderen eerbied voor de levensovertuiging van andersdenkenden bij te brengen. Juist omdat er leerlingen met diverse overtuigingen op onze school komen, ervaren zij dat, ondanks de verschillen in achtergrond, er uitstekend samengewerkt kan worden.

Wanneer kinderen later hun plaats in de samenleving zullen innemen, moeten zij immers ook samenwerken met mensen met verschillende overtuigingen. Op De Waterlelie zullen er dan ook geen uitsluitingen zijn om geloofs- of levensbeschouwelijke redenen en er zal geen onderscheid worden gemaakt naar ras, cultuur en sekse.

2.2 Algemene visie

Op onze school zetten we adaptief onderwijs in om bepaalde doelen te bereiken bij kinderen.
Ons uitgangspunt is dat kinderen verschillen in kenmerken die voor het onderwijs van belang zijn: verschil in intelligentie, leertempo, prestatieniveau, sociale ontwikkeling en het verschil in leerweg. Deze verschillen vormen de invalshoek van ons onderwijs. We zien het als onze opdracht om voor een veilige sfeer op onze school zorg te dragen. Kinderen moeten zich zo optimaal mogelijk kunnen voorbereiden op hun schoolloopbaan na de basisschool en leren zich staande te houden in een voortdurend veranderende maatschappij. Niet alleen de cognitieve ontwikkeling, maar ook de sociale, creatieve en culturele ontwikkeling spelen hierbij een belangrijke rol.

Wij gaan er vanuit dat de school tevens een opvoedkundige taak heeft. Het overbrengen van gangbare normen, waarden en omgangsvormen zullen geïntegreerd zijn in ons onderwijs. De samenwerking met ouders is binnen onze school erg belangrijk. Ouders worden betrokken bij activiteiten binnen en buiten de klas.

We richten ons onderwijs zo in, dat de kerndoelen basisonderwijs aan bod komen.

2.3 Medezeggenschapsraad (MR)

De Medezeggenschapsraad bestaat bij de huidige schoolgrootte uit 5 ouders en 5 leerkrachten. Wij hechten veel waarde aan de MR, omdat we van mening zijn dat team en ouders elkaar nodig hebben om het onderwijs een goede invulling te geven. De leden van de MR denken en beslissen mee. Zij behartigen de belangen van de ouders, leerkrachten en leerlingen. De MR heeft over een groot aantal onderwerpen advies- dan wel instemmingsrecht en is het officiële contactorgaan tussen de school en het bestuur.

Sinds 1 november 2002 is er in onze gemeente een Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) voor alle drie de openbare scholen. Hierin hebben 2 ouders en 2 leerkrachten van iedere school zitting. De GMR behartigt de belangen van schooloverstijgende zaken.

In de schoolkalender vindt u de samenstelling van de MR. De MR dient de openheid, de openbaarheid en het onderlinge overleg te bevorderen. De vergaderingen zijn openbaar en u bent daarbij van harte welkom. De data voor deze bijeenkomsten worden vermeld in de kalender en nieuwsbrief.

2.4 Activiteitencommissie (AC)

De activiteitencommissie bestaat uit ouders en leerkrachten. De belangrijkste taak van de AC is het organiseren van allerlei activiteiten binnen en buiten de school, waaronder de sinterklaasviering, kerstviering, fancy fair, avondvierdaagse en overige festiviteiten. Bij vergaderingen van de AC is er minimaal één leerkracht aanwezig. In de schoolkalender vindt u de samenstelling van de AC.

2.5 Schoolinformatie

Wij vinden het van belang dat u als ouder zo optimaal mogelijk geïnformeerd bent over de school. Betrokkenheid van ouders wordt door ons zeer op prijs gesteld.
Om betrokken te kunnen zijn dient u goed op de hoogte te zijn van alle zaken die de school betreffen. Informatie vormt de basis voor een goede communicatie. Middels onderstaande punten geven wij die vorm:

• Schoolgids
De schoolgids is meestal het eerste visitekaartje van de school. Zo’n gids moet u een goede indruk van de school geven. Scholen verschillen in de wijze waarop er gewerkt wordt. Dit is een goede zaak: zo heeft u een keuzemogelijkheid. Wij willen u o.a. inzicht geven in hoe we werken, wat we belangrijk vinden en welke doelen we nastreven. Verder wordt aangegeven hoe we rapporteren over de vorderingen van uw kind, hoe u contact kunt leggen met de school, hoe we u informeren over allerlei schoolse zaken, etc. De inhoud van deze schoolgids wordt door de inspectie getoetst aan de wettelijke regels.

• Schoolkalender
In de schoolkalender zijn o.a. alle geplande activiteiten, vakanties en studiedagen van de leerkrachten opgenomen. U krijgt elk jaar een nieuwe aangepaste kalender en bent zo op de hoogte van het dagelijks gebeuren op de school van uw kind. Eventuele extra zaken worden in de nieuwsbrief of op onze website vermeld.

• Nieuws
Regelmatig brengt onze school een nieuwsbrief uit. U ontvangt deze op papier of per e-mail (dit geniet onze voorkeur). Hierin staan nogmaals de geplande activiteiten, bijeenkomsten, verzoeken van de leerkrachten etc. De nieuwsbrief bevat tevens recent nieuws over allerlei schoolse zaken.
Voor algemene informatie kunt u altijd op onze website terecht (www.obswaterlelie.nl).


• Rapporten
Twee keer per jaar wordt er voor de kinderen uit de groepen 3 t/m 8 een rapport gemaakt. Zie voor de juiste data de schoolkalender. Ouders worden, 3 keer per jaar, uitgenodigd voor een tien-minuten-gesprek met de leerkracht. Het eerste gesprek zal voornamelijk in het teken staan van de sociaal emotionele ontwikkeling van het kind. De andere gesprekken zullen voornamelijk in het teken staan van het rapport.

Ook de ouders van groep 1 en 2 worden uitgenodigd voor een tien-minuten-gesprek. Bij de kleuters werken we nog niet met rapporten. We bespreken met u de ontwikkeling van uw kind aan de hand van ons leerlingvolgsysteem en de observatiegegevens van de leerkrachten.

De ouders van groep 8 leerlingen krijgen twee contactavonden. De eerste contactavond gaat over de ontwikkelingen van het kind en de tweede avond zal in maart zijn en heeft de schoolkeuze als onderwerp.

Het kan voorkomen dat de leerkracht van uw kind u uitnodigt voor een gesprek. Bijvoorbeeld als uw kind met een op maat afgestemd programma werkt. Wij willen u dan extra informeren en zorgen dat alles naar wens verloopt. Wij vinden contact met u, over uw kind, van essentieel belang. Er bestaat altijd de mogelijkheid om een afspraak te maken met de leerkracht van uw kind, indien u met vragen of opmerkingen zit.

• Leerlingvolgsysteem
De ontwikkeling en vordering van elke leerling wordt per leergebied in kaart gebracht middels een leerlingvolgsysteem. Op De Waterlelie werken we voor de groepen 1 en 2 met KIJK en Cito en voor de groepen 3 t/m 8 met Zien en Cito. Meer informatie is te vinden in hoofdstuk 5.

• Informatieavond
Rond de vierde week van het schooljaar wordt er in elke groep een informatieavond gehouden. Op deze avond vertelt de leerkracht van uw kind o.a. over de lesmethoden die op school worden gebruikt, over de wijze waarop er in dat jaar mee gewerkt wordt en over de algemene gang van zaken. Vanzelfsprekend kunt u op deze avond ook uw vragen stellen over het bovenstaande.


• Jaarverslagen
In oktober ontvangen alle ouders de jaarverslagen van het afgelopen schooljaar en de financiële begroting voor het komend schooljaar. De MR en de AC schrijven ook een jaarverslag. Indien ouders vragen hebben over deze verslagen, kunnen zij die via de e-mail, via een brief of mondeling stellen. Deze vragen worden behandeld tijdens de eerstvolgende MR-vergadering. Ouders krijgen altijd antwoord.


• Thema-avond
Regelmatig houden we een thema-avond op school voor alle ouders. Op deze avond staat een onderwerp centraal dat aansluit bij de belevingswereld van uw kind. Ouders zijn van harte uitgenodigd om met suggesties te komen voor deze avond.


2.6 Pesten

Pesten is een hardnekkig probleem dat helaas op alle scholen in meer of mindere mate voorkomt. Wij vinden het belangrijk om in elke groep weer opnieuw pesten preventief aan de orde te stellen. We willen met kinderen praten over de pesters en de gepesten en welke rol alle kinderen daarbij kunnen spelen. Op onze school maken wij gebruik van een pestprotocol.

Discriminatie is natuurlijk uit den boze. Dit wordt breed onderschreven, maar toch komt het in Nederland soms meer voor dan ons lief is. Ook hieraan besteden we aandacht in de klas.

2.7 Sponsorbeleid

Sponsoring van schoolactiviteiten door derden wordt kritisch bekeken. Inzet van kinderen t.b.v. de sponsor wordt in principe niet toegestaan. We houden ons aan het door de landelijke overheid opgestelde convenant, dat bij de directeur ter inzage ligt. Uitgangspunt is dat een sponsor geen invloed mag hebben op de onderwijsinhoud. Het team en de AC beslist vooraf over de uitgaven die worden gedaan van het sponsorbedrag. Deze uitgaven komen altijd de school en de kinderen ten goede.


3. De organisatie van De Waterlelie

3.1 Toelating kleuters

Wanneer uw kind vier jaar is geworden mag hij/zij, mits overdag zindelijk, naar groep 1 van de basisschool. Uw kind krijgt al eerder een uitnodiging om vijf keer te komen “proefdraaien”. Vanaf vijf jaar zijn de kinderen leerplichtig.

3.2 Inschrijven en uitschrijven

Voor het aanmelden van uw kind kunt u een afspraak maken met de directeur. Tijdige aanmelding (kort na de derde verjaardag) stellen wij op prijs in verband met het maken van de groepsindelingen.

Nadat een rondleiding en een kennismakingsgesprek hebben plaatsgevonden en de directie zich ervan heeft kunnen overtuigen dat de zorg die voor het kind wordt gevraagd ook daadwerkelijk kan worden geboden, kan uw kind worden ingeschreven. E.e.a. staat omschreven in het “aannamebeleid openbaar primair onderwijs Hendrik-Ido-Ambacht”, dat op school ter inzage ligt.

In het kennismakingsgesprek worden de volgende aspecten besproken: de sociaal-emotionele ontwikkeling, de zelfredzaamheid, de speel-leerontwikkeling, de taalontwikkeling, de motoriek en eventueel voor de school belangrijke medische gegevens. Dit gebeurt door de directeur d.m.v. een inschrijvingsformulier. Alle vertrouwelijke gegevens vallen onder het recht op privacy en worden als zodanig behandeld.

Ook het uitschrijven gebeurt door de directeur. Bij het verlaten van de school wordt met de volgende school contact opgenomen. Het is wettelijk verplicht dat de school aan de volgende school een onderwijskundig rapport toestuurt.

3.3 Schorsing en verwijdering leerlingen

Schorsing en verwijdering van een leerling kan alleen plaatsvinden aan de hand van een vastgestelde regeling met medeweten van het schoolteam, de MR, het bestuur en de inspectie. Vanzelfsprekend worden ouders voorafgaand aan een beslissing gehoord. De beleidsnotitie ligt ter inzage op school.

3.4 Schoolplan

Het schoolplan moet eens per vier jaar worden vastgesteld en omschrijft tenminste het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en de kwaliteitszorg. De MR moet haar instemming geven aan dit plan. Het ligt ter inzage voor alle ouders van de school. Het schoolplan is in eerste instantie een intern instrument om onszelf houvast te bieden bij de gemaakte beleidskeuzes en de verdere planning van de uitvoering van ons beleid. In tweede instantie dient het schoolplan om verantwoording af te leggen naar het eigen bevoegd gezag en aan de inspectie van het onderwijs.



4. Het onderwijs

4.1 Adaptief onderwijs

Wij werken volgens het klassikale systeem. Dit heeft vele positieve kanten. Je kunt een heleboel samen doen uit het oogpunt van efficiënt werken en sociale vorming. Te denken valt aan kringgesprekken, bewegingsonderwijs, muzikale vorming, creatieve vorming en instructies van uiteenlopende vakken. Adaptief onderwijs is kindgericht onderwijs. Wij willen tegemoet komen aan de verschillen die er zijn in de ontwikkeling van de kinderen. De ene leerling heeft meer of minder leertijd nodig dan de andere en dat betekent dat we hierop met elkaar moeten inspelen. Dat kan op verschillende manieren. Wij hebben o.a. gekozen voor voorinstructie, verlengde instructie, werken met instructietafels, werken met het zorgsysteem 1-zorgroute en werken met hulp –en handelingsplannen in de klas. Die aanpak moet goed georganiseerd worden en daarom is het van groot belang dat kinderen zoveel mogelijk zelfstandig kunnen werken, zonder steeds een beroep op de leerkracht te doen. Vanaf groep 1 maken we de kinderen bekend met het werken aan een weektaak. In deze tijd leren de kinderen zowel zelfstandig als samen aan opdrachten te werken. De weektaak kan gevuld worden met verdiepingsstof, verrijkingsstof en/of herhalingsstof.

4.2 Het onderwijs in groep 1 en 2

De groepen 1 en 2 zijn in principe homogeen samengesteld, d.w.z. dat de groepen bestaan uit leerlingen van dezelfde jaargroep. Door de snelle groei
van onze school op dit moment is het mogelijk dat
we kiezen voor een heterogene combinatiegroep 1/2.
Kleuters leren al doende tijdens hun spel. Wij spelen daarop in door te zorgen voor veel materiaal, zodat kinderen iets te kiezen hebben.

De spreek- en luisterontwikkeling wordt dagelijks in de kring als een rode draad aangeboden. Sociaal-emotioneel gezien heeft dat een bijzonder grote waarde. Daarnaast wordt er een goede basis gelegd voor het latere taal- en leesonderwijs. Door het gericht aanbieden van materialen willen we ook sturing aan die ontwikkeling geven. Bij oudste kleuters gaan we hier verder op in.

Vaak wordt er bij kleuters met thema’s gewerkt. Binnen deze thema’s kunnen we een veelheid van taal-, reken-, wereldoriënterende en knutselactiviteiten aanbieden, waarbij onze kleutermethode Schatkist een belangrijke rol speelt. Daarnaast wordt er veel gezongen en voorgelezen binnen de thema’s. De keuze van het onderwerp sluit aan bij de belevingswereld van de kinderen, waarbij de feesten belangrijk zijn.

Elke dag wordt in de groepen 1 en 2 tweemaal aan bewegingsonderwijs gedaan. Deze lessen vinden zowel binnen als buiten plaats.

Als een vierjarig kind net op school is gestart observeren we het op een aantal basiskenmerken zoals; ondernemend en onderzoekend zijn, het zelfvertrouwen en zelfbeeld. Ook de mate van betrokkenheid brengen we in kaart.
De ontwikkelingslijnen zoals spelontwikkeling, motoriek, taalontwikkeling, beginnende geletterdheid, beginnende gecijferdheid, ontwikkeling van het logisch denken, visuele –en auditieve waarneming e.d. observeren we het gehele jaar door en registreren we twee keer per jaar in het leerlingvolgsysteem “KIJK”.
Zo kunnen we zorgvuldig vaststellen of een kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft, zich voldoende ontwikkelt, een vertraging in de ontwikkeling vertoont of misschien bepaalde problemen heeft in de ontwikkeling die het zelf niet kan verhelpen. Er is dan speciale begeleiding nodig. Meestal gebeurt dit gewoon in de klas, maar in een enkel geval wordt deskundige hulp van anderen ingeroepen. In alle gevallen vinden wij het contact met u belangrijk. Als school en thuis precies weten wat er speelt, kan er al samenwerkend beter hulp worden geboden. Uw kind heeft daar het meeste baat bij.

4.3 Het onderwijs in groep 3 t/m 8

Het onderwijs in deze groepen wordt gekenmerkt door de verschillende vakken die volgens een vast rooster worden aangeboden. De groepen 3 t/m 8 zijn homogeen samengesteld, d.w.z. dat de kinderen in principe op basis van dezelfde leeftijd bij elkaar geplaatst zijn in een groep. Het streven is om geen of zo weinig mogelijk combinatiegroepen te hebben. Dit schooljaar zal er geen combinatiegroep zijn. Vanaf groep 3 worden de vorderingen op het gebied van technisch lezen, begrijpend lezen, spelling en rekenen enkele malen per jaar getoetst met methodeonafhankelijke en landelijk genormeerde toetsen (leerlingvolgsysteem). In groep 8 wordt respectievelijk het drempelonderzoek en de cito-eindtoets afgenomen.
Geeft een kind in de eerste “signaleringsronde” aan, dat er iets aan de hand is, dan moet verder worden gezocht. Om het probleem beter in kaart te brengen, wordt dit geanalyseerd (gediagnosticeerd). Vervolgens kan in de meeste gevallen een concreet leerprogramma worden samengesteld. Tussentijds en aan het einde van het programma wordt er geëvalueerd.

Behalve dat het leerlingvolgsysteem nut heeft voor het individuele kind, kan ook een groep en de school profijt hebben. Zichtbaar kan bijvoorbeeld worden dat op een bepaald moment in het onderwijs problemen ontstaan. De school kan hier het onderwijsaanbod op aanpassen. Hiermee wordt uitval in de toekomst wellicht voorkomen. Vooraf maatregelen nemen is in dat geval beter dan achteraf genezen. En daar heeft de individuele leerling weer plezier van.
Soms komen we tot de conclusie dat alle extra inzet onvoldoende effect heeft. In overleg met de ouders kan dan hulp van buitenaf worden ingeroepen, bijvoorbeeld bij de schoolarts, het schoolmaatschappelijk werk, de logopediste, het zorgteam, de onderwijsbegeleidingsdienst of ambulante begeleiding van een speciale school voor basisonderwijs.

4.4 Methoden

De Waterlelie beschikt over moderne methoden:
Aanvankelijk lezen: “Veilig leren lezen” (vernieuwde maan-roos-vis versie). Taal: “Schatkist” (kleuterbouw) en ”Taal op maat”.
Rekenen/Wiskunde: “Wereld in Getallen”.
Voortgezet lezen: “Goed Gelezen” en “Nieuwsbegrip”. Schrijven: “Pennenstreken”. Aardrijkskunde: “Een wereld van verschil”.
Geschiedenis: “Bij de tijd”. Natuuronderwijs: ”Leefwereld”. Verkeer: “Klaar over”.
Engels: “The Team”.
Muziek: “Moet je doen”. Tekenen: “Moet je doen”. Handvaardigheid: “Moet je doen”.
Gymnastiek: “Basislessen bewegingsonderwijs”.
Sociaal-emotionele vorming: “Leefstijl”.
Godsdienst: “Verhalencarrousel”.
Burgerschapskunde: “SamSam”, “Leefstijl” en verweven in wereldoriënterende vakken.


4.5 Globale verdeling van tijd over vak- en vormingsgebieden:


De leerlingen van onze school vinden een goede aansluiting in het voortgezet onderwijs. De contacten met het voortgezet onderwijs m.b.t. leerlingen en leerstof zijn legio. Er is sprake van een structureel overleg. Ons onderwijs is voortdurend in ontwikkeling. Resultaten die we met kinderen bereiken vormen weer het uitgangspunt voor het werken aan nieuwe doelen.

Van de leerlingen die in het schooljaar 2007-2008 De Waterlelie hebben verlaten is 6,25 % naar het vmbo b-lwoo gegaan, 18,8 % naar het vmbo g/k/b, 12,5 % naar vmbo t/g, 18,8 % naar vmbo t/g-havo, 31,5 % naar havo/vwo, 6,25 % naar vwo en 12,5 % naar gymnasium.
In het jaar 2008-2009 is 11,1 % naar het vmbo g/k/b gegaan, 22,2 % naar vmbo t/g-havo, 11,1 % naar havo/vwo, 22,2 % naar vwo en 33,3 % naar vwo-gymnasium. In het jaar 2009-2010 is 5,3% naar het vmbo b-lwoo gegaan, 26,3% naar het vmbo g/k/b, 15,8% naar vmbo t/g-havo, 47,4% naar havo/vwo en 5,3% naar gymnasium. In het jaar 2010-2011 is 3,4% naar het vmbo b-lwoo gegaan, 31% naar het vmbo, 13,8% naar vmbo t/g-havo, 13,8% naar havo, 13,8% naar havo/vwo en 24,1% naar vwo.

4.6 Buitenschoolse activiteiten

We vinden het belangrijk om naast het aanbod van het alledaagse onderwijs kinderen ook op andere wijze te vormen. Daartoe organiseert de school zelf een aantal activiteiten of neemt zij deel aan activiteiten die van buiten worden aangereikt. Hieronder volgt een overzicht:

Culturele activiteiten:
• De school organiseert kleine uitstapjes dichtbij huis;
• De school maakt gebruik maken van het programma van Natuur en Milieu Educatie;
• De school maakt gebruik maken van leskisten van Weizigt;
• De school neemt deel aan activiteiten van stichting ToBe;
• De school organiseert verschillende educatieve excursies.

Sportactiviteiten:
• Groep 7 en 8 doen mee aan de sportdag;
• Groep 5 en 6 doen mee aan het slagbaltoernooi;
• Kinderen kunnen zich opgeven voor een middag schoolkorfbal;
• Kinderen kunnen zich opgeven voor een middag schoolvoetbal;

Schoolkamp:
• Elk schooljaar gaat groep 8 op kamp.

4.7 Huiswerk

We zijn van mening dat het belangrijk is dat kinderen vertrouwd raken met huiswerk. Huiswerk heeft meerdere doelen:
- het oefenen van (extra) stof in geval van hiaten of achterstand,
- het oefenen van het geheugen en
- voorbereiding op het voortgezet onderwijs.

Vanaf groep 3 krijgen de kinderen (indien nodig) elke week een woordpakket mee naar huis om te oefenen. In groep 6 komt daar topografie bij en enkele repetities van geschiedenis, aardrijkskunde en natuuronderwijs. In groep 7 en 8 komt het accent te liggen op het regelmatig iets thuis leren en/of maken. De kinderen hebben in deze groep ook een agenda nodig. We vragen u erop toe te zien dat het werk wordt gemaakt. Belangstelling uwerzijds zal het kind stimuleren. Laat uw kind echter zo veel mogelijk zelfstandig werken. Omdat schoolboeken geruime tijd mee moeten, verzoeken wij de ouders van de leerlingen van groep 7 en 8 een stevige schooltas aan te schaffen.

4.8 Onderwijskundige ontwikkelingen

• Plusklas
In schooljaar 2006-2007 zijn we gestart met het ontwikkelen van een plusklas. Deze plusklas houdt in dat kinderen die hoogbegaafd zijn de mogelijkheid wordt geboden om een aantal uur per week contact te hebben met ontwikkelingsgelijken en uitdagende lesstof in een aparte ruimte.

• Meervoudige intelligentie (M.I.)
Sinds schooljaar 2006-2007 maken we binnen onze weektaak gebruik van meervoudige intelligentie. Dit heeft niks te maken met hoe knap je bent, maar met waar je knap in bent. Leerlingen zijn verschillend. Er zijn meerdere intelligenties (verbaal, mathematisch, visueel, muzikaal, lichamelijk, naturalistisch, interpersoonlijk en intrapersoonlijk) en iedere leerling is sterker of minder sterk ontwikkeld in elk van die intelligenties. Onderwijs doet meestal slechts een beroep op een paar van die intelligenties. De mogelijkheden van het gebruik van meervoudige intelligentie tijdens het werken met de weektaak wordt als zeer effectief ervaren. Elk maand staat er, door heel de school heen, één intelligentie centraal. Elke leerkracht verwerkt een M.I. opdracht in de weektaak van zijn klas.

• Verhalencarrousel
In schooljaar 2006-2007 zijn we vanaf groep 4 gestart met de methode “verhalencarrousel”. Deze methode laat de kinderen kennis maken met verschillende religies en levensbeschouwingen. In elke groep wordt één religie uit het grote geheel gelicht. De lessen zijn gericht op de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen. Op het cognitieve vlak leren de leerlingen over de ontstaansgeschiedenis van de verschillende wereldgodsdiensten, over de daarbij behorende goden, feesten etc. Die kennis wordt gelegd naast de eigen situatie van de leerlingen en de keuzen die zij maken. Op die manier krijgen ze inzicht in hun eigen functioneren en hun keuzemogelijkheden.
De volgende godsdiensten worden behandeld tijdens de basisschoolperiode: boeddhisme (groep 4), hindoeïsme (groep 5), jodendom (groep 6), islam (groep 7) en christendom (groep 8). Daarnaast krijgen de leerlingen in groep 8 ook een lessencyclus over filosofie.

• Engels
Sinds het schooljaar 2008-2009 zijn we met een nieuwe Engelse methode “ The Team” gestart. Naast groep 7 en 8 krijgen nu ook de groepen 5 en 6 het vak Engels aangeboden.

• Digitale schoolborden
Sinds het schooljaar 2008-2009 maken we in de groepen 1 t/m 8 gebruik van digitale schoolborden.
Een digitaal schoolbord is een groot touchscreen verbonden met een beamer en een computer. Alles wat zichtbaar is op het computerscherm kan geprojecteerd worden op het digitale schoolbord. Het bord kan met de computer bediend worden, maar ook met een vinger of een speciale pen op het bord zelf. In de lessen kan op verschillende manieren gebruik worden gemaakt van het digitale schoolbord. Er kunnen websites op worden getoond, videoclips, software, filmpjes, muziekfragmenten, interactieve teksten, presentaties etc. Kortom, door middel van het digitale schoolbord kan het leren ondersteund worden door visuele, auditieve en tactiele toepassingsmogelijkheden. Het verbetert de kwaliteit van het onderwijs.


• Sociaal-emotionele ontwikkeling
Sinds het schooljaar 2009-2010 werken we in de groepen 1 t/m 8 met de methode “Leefstijl”.
Leefstijl is een internationale lesmethode die kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs helpt om hun sociaal-emotionele vaardigheden te ontwikkelen. Dit omvat een scala van vaardigheden zoals: samen spelen, samenwerken, praten, luisteren, rekening houden met elkaar, zelfvertrouwen opdoen, gevoelens uiten, omgaan met verschillen, conflicten oplossen, omgaan met groepsdruk, risico’s inschatten, keuzes maken en doelen stellen. Allemaal essentiële vaardigheden die voor kinderen van 4 tot 12 jaar onmisbaar zijn om goed te kunnen functioneren: thuis, op school en later als volwassenen in de samenleving. Leefstijl legt daarmee de basis voor sociale weerbaarheid en wil bevorderen dat kinderen opgroeien tot zelfstandige, sociaalvaardige en betrokken mensen. Door het oefenen van vaardigheden stimuleert het leefstijlprogramma positief gedrag en worden kinderen niet alleen individueel, maar ook als groep sterker. Ze ontwikkelen zelfvertrouwen en emotionele intelligentie. Ook leren kinderen samen normen en waarden te formuleren. Zo wordt de klas voor kinderen een veilige omgeving waarin met plezier wordt geleerd.

• 1-zorgroute
Het doel van de zorg op De Waterlelie is passend onderwijs bieden, waarin alle leerlingen zich welbevinden en hoog betrokken zijn, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen op basis van hun mogelijkheden en talenten. Het handelingsgericht werken volgens de principes van de
1-zorgroute is voor ons de manier om bovenstaande te bereiken en was in het schooljaar 2010-2011 dan ook het belangrijkste ontwikkelingsdoel. Met de 1-zorgroute willen we bereiken dat wij in staat zijn om in onze groepen het onderwijs af te stemmen op de onderwijsbehoeften van de kinderen. We werken handelingsgericht en gaan planmatig om met verschillen in onderwijsbehoeften tussen kinderen.
De uitgangspunten van de 1-zorgroute zijn:
1. Leerlingen verschillen in onderwijsbehoeften. Deze verschillen worden gerespecteerd. We
werken en denken vanuit onderwijsbehoeften in plaats van het benoemen van tekorten die een kind heeft.
2. In plaats van zorg bieden op het moment dat een kind “uitvalt” proberen wij preventief de juiste stof en hulp aan te bieden, waardoor de kans dat een kind “uitvalt” kleiner wordt.
3. We richten ons voortdurend op de positieve kwaliteiten en mogelijkheden van het kind.
4. We werken met groepsplannen. In het groepsplan geven wij aan hoe wij de komende periode met de verschillende onderwijsbehoeften in de groep omgaan.
5. Wij bieden de zorg zoveel mogelijk binnen de klas.
6. De intern begeleider begeleidt de leerkrachten bij het uitvoeren van de stappen van de
1-zorgroute, volgt de voortgang, houdt groepsbesprekingen en leerlingenbesprekingen in
school.
7. Het kind wordt actief betrokken bij de stappen die in de zorg worden gezet. Wij gaan met het
kind in gesprek. Kinderen kunnen zelf informatie geven over wat goed gaat, wat minder goed
gaat, wat ze willen leren en waar zij de hulp van ons bij nodig hebben.
8. Goede communicatie, afstemming en samenwerking met de ouders is belangrijk. Zij kennen
hun kind immers als geen ander.
(Zie voor meer informatie hoofdstuk 5.1)



5. De zorg voor de kinderen

5.1 Interne begeleiding

Ervan uitgaand dat elk kind uniek is kunnen didactische en pedagogische behoeften per kind heel verschillend zijn. Op De Waterlelie proberen we met ons onderwijs zoveel mogelijk aan te sluiten bij die verschillen.
Om het onderwijs in de dagelijkse praktijk hanteerbaar te maken is het echter nodig om hierin een doorgaande lijn aan te brengen. De (leer-) methodes die op school gebruikt worden, bieden al veel mogelijkheden tot differentiatie. Sommige kinderen vragen daarnaast om meer “maatwerk”. Dit omdat ze meer aankunnen, of omdat er problemen in de ontwikkeling, het gedrag en/of het leren zijn.
De leerlingenzorg gebeurt stapsgewijs. Op de Waterlelie werken we, zoals eerder aangegeven volgens de principes van de zg. 1-Zorgroute. Binnen die 1-Zorgroute wordt gewerkt volgens de volgende stappen:
Observeren/beoordelen - in kaart brengen onderwijsbehoeften - opstellen groepsplan - evaluatie - aanpassing - leerling-bespreking - gesprekken met ouders - Zorgteam - en zo nodig verder naar andere instanties (als Diagnostisch Meldpunt, Commissie van Indicatie, Zorgadviesteam en meer).

Voor de hoofdvakken (rekenen, spelling en begrijpend lezen) worden groepsoverzichten bijgehouden. Hierop worden o.a. de resultaten per kind bijgehouden en wordt de onderwijsbehoefte van elke leerling beschreven. Aan de hand van die groepsoverzichten worden groepsplannen opgesteld. Hier worden alle leerlingen van een jaargroep onderverdeeld in subgroepen, op basis van hun onderwijsbehoeften.
Om deze onderwijsbehoeften in kaart te brengen is soms extra onderzoek door de intern begeleider van de school nodig. De intern begeleider kan o.a. observeren of diagnostisch onderzoek uitvoeren. Ook is het mogelijk dat een specialist van buiten de school wordt ingeschakeld voor extra onderzoek.
In eerste instantie is het van belang om zo vroeg mogelijk te signaleren.
Nadat zorgpunten zijn vastgesteld wordt door de leerkracht gewerkt aan het oplossen daarvan.
De leerkracht geeft binnen de subgroepen “hulp op maat”.

Na afloop van de periode wordt gekeken of de extra begeleiding voldoende heeft opgeleverd. De plannen worden altijd meegenomen in de groepsbespreking tussen groepsleerkracht en intern begeleider. Uiteraard komen de vorderingen van het kind ter sprake in de regelmatige contacten die de ouder heeft met de groepsleerkracht.
Als bij voortduring blijkt dat doelen niet behaald worden kan, met medeweten van ouders, een hulpvraag worden neergelegd bij 'derden'. Dit zijn de jeugdarts, logopedist, school- maatschappelijk werker of orthopedagoog. Meestal wordt in zo’n geval het kind, met toestemming van ouders, aangemeld bij het aan onze school verbonden 'Zorgteam'. Hierin zijn de meeste van bovengenoemde deskundigen vertegenwoordigd. Van daaruit volgt een advies, bijvoorbeeld tot diepgaander onderzoek en/of ten aanzien van de verdere stappen en begeleiding.

5.2 De zorg voor het jonge kind.

In de groepen 1 en 2 gaan we uit van de belangstelling- en belevingswereld van het kind. Er wordt gewerkt in speel-, werk en ontdekhoeken met als functie: spelend en ontdekkend leren.
Behalve aan creatieve en expressievakken (tekenen, muziek, handvaardigheid, koken enz.) waarbij kinderen leren zich te uiten, wordt er veel aan taalontwikkeling gedaan door middel van spelletjes, liedjes, versjes, inzet van de computer en prentenboeken. Goed luisteren en spreken zijn belangrijk voor het latere taal- en leesonderwijs.
De eigen ontwikkeling van een kind is niet alleen bepalend voor het aanbod. De voortgang wordt ook afgezet tegen een gewenste lijn. Hiertoe worden gegevens gebruikt van de voorschoolse periode (indien voorhanden), observaties in de groep en van het leerlingvolgsysteem (methode KIJK). Afhankelijk van de uitkomst krijgt een kind op één of meer onderdelen een verrijkt aanbod en extra aandacht. Dit kan zijn omdat een kind ergens moeite mee heeft, maar het kan natuurlijk ook zijn dat het juist meer uitdaging zoekt. Uitgangspunt is dat de extra aandacht en begeleiding door de groepsleerkracht gegeven wordt. Planmatig worden leerbehoefte, beoogd doel en organisatie om dit doel te bereiken omschreven en genoteerd. Als de gekozen aanpak onvoldoende resultaat oplevert, kan de leerkracht hulp zoeken binnen de school (bij collega's en/of bij de intern begeleider) of buiten de school, via de intern begeleider bij onder meer jeugdarts, orthopedagoog, logopedist of maatschappelijk werker. Dit laatste gebeurt meestal door het bespreken van een kind in het aan onze school verbonden 'Zorgteam'. Uiteraard worden de ouders voortdurend betrokken bij de ontwikkelingen.

5.3 Doublure

Er kan worden besloten dat het kind een groep over doet. Deze beslissing wordt genomen op basis van een protocol dat op school ter inzage ligt. Het kind blijft bijvoorbeeld achter op verschillende punten: geestelijk, lichamelijk en sociaal-emotioneel. Doel is dat het kind weer stevig in de schoenen komt te staan en de basisschool gewoon kan afmaken. In een enkel geval zijn de mogelijkheden die de school ter beschikking staan niet toereikend om een kind verder te kunnen helpen. In zo’n situatie kan het wenselijk zijn, om in het belang van het kind, in overleg met de ouders te zoeken naar een andere school voor (speciaal-) basisonderwijs. Aan zo’n verwijzing is dan wel een heel proces van hulp, onderzoek en overleg voorafgegaan. Dit is vastgelegd in een protocol dat op school ter inzage ligt.

5.4 Een eigen leerlijn.

In een enkel geval kan worden besloten dat een kind bij één of meerder leergebieden niet het programma volgt van zijn of haar jaargroep. Voor dit kind wordt het leerstofaanbod aangepast aan zijn of haar specifieke behoefte. We spreken dan van een “eigen leerlijn”.
Eén van de mogelijkheden is de leerstof bij één of meer vakken verkort aan te bieden. Voor een aantal vakgebieden kan school hierbij gebruik maken van zg. “routeboekjes”. In deze handleidingen wordt aangegeven welk deel van de methode overgeslagen kan worden, zonder dat een kind de kern van de leerstof mist. Naast de verkorte leerstof krijgt het kind leerstof “op maat” aangeboden.
Er kan ook besloten worden dat een kind de leerstof van één of meerdere vakken volgt in een ander leerjaar.
Er wordt altijd gezocht naar een evenwicht. Enerzijds moet het leren uitdagend zijn en moet een kind er voor kunnen werken. Anderzijds moet het doel haalbaar zijn en het kind de kans krijgen succeservaringen op te doen.

Uiteraard wordt ook in een leerlijn gewerkt naar een vastgesteld einddoel. Dit wordt opgenomen in een handelingsplan. In periodieke handelings- of groepsplannen worden vervolgens tussendoelen en eventuele bijstellingen opgenomen.

Het volgen van één of meer aparte leerlijnen kan consequenties hebben ten aanzien van het eindniveau van de basisschool.


5.5 Het leerling-gebonden budget (lgb).

Voor kinderen met een zeer speciale onderwijsbehoefte kan een beroep worden gedaan op de regeling 'Leerling-gebonden Financiering'. Als een kind in aanmerking komt voor een leerling-gebonden budget, in de wandelgangen ook wel 'rugzak' genoemd, krijgen de begeleidende instantie en de school extra middelen toegewezen. De naam 'rugzak' is ontstaan omdat het budget bij de leerling blijft ongeacht of het kind naar het regulier basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs of het speciaal onderwijs gaat. Het leerling-gebonden budget moet niet worden verward met een persoonsgebonden budget dat kan worden aangevraagd via de AWBZ of de Mo.
Een lgb wordt aangevraagd door de ouders bij de zg. ‘Commissie van Indicatie’ die hoort bij de handicap of stoornis van het kind. Er zijn vier 'clusters'.
De globale indeling is:
1. Bedoeld voor kinderen met een visuele handicap.
2. Voor kinderen met auditieve en/of spraak/taal-problemen.
3. Voor lichamelijke of verstandelijke problemen.
4. Voor stoornissen in het gedrag.
In de regel gebeurt de aanmelding in samenspraak en met hulp van school. Vermeld dient te worden dat de regels tot toekenning van een lgb erg streng zijn.
Als een kind een lgb toegekend heeft gekregen komt een ambulant begeleider (ab) van een organisatie of school van speciaal onderwijs meehelpen bij de aanpak. De ab gaat hierbij niet 'met het kind aan de slag', maar ondersteunt ouders en school door het observeren van het kind en het aansluitend geven van adviezen met betrekking tot de aanpak. De ab stelt in samenspraak met ouders en school een handelingsplan op voor een jaar. Onze school gebruikt dit als 'raamplan' en maakt vervolgens handelingplannen waarin de concrete aanpak voor een periode staat omschreven en met welk doel. In regelmatig overleg tussen ouders, school (groepsleerkracht en intern begeleider) en ambulant begeleider worden de resultaten van de afgelopen periode besproken en het plan opgemaakt voor de komende periode.

Onze school wil graag alle kinderen met alle (on-)mogelijkheden een goede schooltijd bieden maar heeft daarbij wel haar beperkingen omdat er grenzen zijn aan de mogelijkheden in het opvangen van kinderen met een stoornis of handicap. De volgende factoren kunnen een rol spelen: de grootte van de groep, het effect op het onderwijs aan de overige kinderen in de groep, de mogelijkheden van begeleiding, verstoring van rust en veiligheid en gebrek aan voldoende middelen om de extra zorg te bieden. Een nog belangrijkere reden om het advies te geven om elders naar passend onderwijs te zoeken is, omdat we niet de hulp kunnen bieden die het kind nodig heeft en het daardoor tekort doen.
(Meer over dit onderwerp is terug te vinden in de aannamerichtlijnen van het openbaar onderwijs H.I. Ambacht en het Samenwerkingsverband).

5.6 Leerlingvolgsysteem

In het leerlingvolgsysteem worden de leerlingen van groep 1 t/m 7 regelmatig op verschillende onderdelen getoetst met behulp van methodeonafhankelijke toetsen. Daarnaast spelen observaties een belangrijke rol. Door het vroegtijdig signaleren kan adequaat worden ingespeeld op wat een kind nodig heeft aan (extra) zorg.

Halverwege groep 8 wordt het Drempelonderzoek afgenomen. Leerlingen die als uitslag vmbo-t of hoger hebben, maken ook nog een de Cito Eindtoets. Het Drempelonderzoek geeft beter aan op welke vorm van voortgezet onderwijs een kind past tot het genoemde niveau. De Eindtoets geeft een betrouwbaarder beeld in de uitstroom naar de hogere vormen van voorgezet onderwijs.
De toetsen geven ons de mogelijkheid een vergelijking te maken van het resultaat van de leerling t.o.v. het landelijke gemiddelde. Deze eindtoetsen vormen een onderdeel van de toelatingsprocedure van het voorgezet onderwijs. Zodra de resultaten van de toetsen bekend
zijn, krijgen de ouders een uitnodiging voor een gesprek op school waarin het niveau waarop het kind op het voorgezet onderwijs zal starten zal worden toegelicht. Natuurlijk zijn buiten de Cito gegevens ook de gegevens van voorafgaande jaren en de gegevens van de groepsleerkracht van belang.

5.7 Logopedie

In groep 2 beluistert de logopediste de kinderen. De kinderen worden ieder voor een gesprekje bij haar geroepen. Kinderen met spraakproblemen worden, na overleg met de ouders, doorverwezen naar een praktijk voor logopedie.

5.8 Schoolarts

In 2003 is in Nederland een wettelijk verplicht basistakenpakket jeugdgezondheidszorg ingevoerd.
• Alle kinderen in groep 2 krijgen een ogen -en oren onderzoek door de jeugdarts en de assistente;
• De kinderen van groep 4 worden gemeten en gewogen;
• Alle kinderen in groep 7 krijgen een uitnodiging voor een verpleegkundig onderzoek; een van de ouders dient aanwezig te zijn;
• Alle 9-jarigen worden gevaccineerd.
De kinderen van groep 2 en groep 7 krijgen een Groeiboek: een boekje waarin allerlei wetenswaardigheden staan over de groei en ontwikkeling van kinderen van een bepaalde leeftijd.
Naast dit basispakket voert de GGD extra taken uit. De gemeente kijkt waar extra zorg nodig is, vaak in overleg met de scholen, en vraagt de GGD en andere instellingen die uit te voeren. Zo is op onze school een multidisciplinair team werkzaam, ook wel ‘consultatieteam’ genoemd. Ook voorlichting en opvoedcursussen vallen onder deze extra zorg.
Natuurlijk kunt u altijd met uw vragen terecht bij de jeugdarts of jeugdverpleegkundige (078 – 682 24 16).

5.9 Onderwijsbegeleidingsdienst

Onze school maakt gebruik van de diensten van de CED groep Zuid-Holland Zuid, postbus 383, 3300 AJ Dordrecht, tel. 613 91 00, fax 078-614 22 50. Bezoekadres: Papeterspad 38, 3311 WT Dordrecht.

5.10 Meldplicht seksueel misbruik

Op 28 juli 1999 is de wetswijziging bestrijding seksueel misbruik en seksuele intimidatie in het onderwijs in werking getreden. Het gaat in de wet om strafbare vormen van seksuele intimidatie en seksueel misbruik, gepleegd door een medewerker van de onderwijsinstelling jegens een minderjarige leerling. De wet bevat een aangifteplicht voor het bevoegd gezag en een meldplicht voor het personeel. De vertrouwensinspecteur in onze regio is bereikbaar onder telefoonnummer 0900-111 31 11. Dit nummer kan ook gebeld worden ingeval van ernstig fysiek of geestelijk geweld.

5.11 Machtsmisbruik

In het belang van een aangenaam leef- en werkklimaat, besteden we op onze school aandacht aan het voorkomen van machtsmisbruik.
Het uitgangspunt van onze school rond machtsmisbruik is:
- machtsmisbruik hoort niet thuis op onze school;
- onze school wil een veilige plaats zijn voor allen die er werken en leren.

Wat is machtsmisbruik?

Er zijn verschillende vormen van machtsmisbruik:
- machtsmisbruik in de thuissituatie:
• kindermishandeling ( fysiek, psychisch, seksueel)
• verwaarlozing ( fysiek, psychisch)

- machtsmisbruik in de schoolsituatie ( deze vormen kunnen ook voorkomen in de buurt en bij vrijetijdsbesteding):
• intimidatie door volwassene(n)
• pesten door andere kinderen

Het is vaak heel lastig om erachter te komen of iemand slachtoffer is van een bepaalde vorm van machtsmisbruik. Kinderen op basisschoolleeftijd zullen niet makkelijk vertellen dat zij lastig gevallen of gepest worden. Vaak zal op signalen afgegaan moeten worden.

Bij de volgende signalen dienen we erop bedacht te zijn dat een kind 'niet lekker in zijn of haar vel zit'.
• plotselinge gedragsveranderingen;
• angst voor lichamelijk contact;
• blauwe plekken;
• depressief gedrag;
• slaapproblemen;
• vage lichamelijke klachten;
• niet willen uitkleden bij de gym;
• opvallende tekeningen;
• niet graag naar school gaan;
• geïsoleerd gezin.
Vaak is het een combinatie van signalen die alarmbellen doen rinkelen.

U zult begrijpen dat genoemde signalen gevolgen kunnen hebben voor later: psychosomatische klachten, relatieproblemen, verslavingen en geheugenverlies.
Redenen genoeg om machtsmisbruik zoveel mogelijk te voorkomen en te stoppen. Overigens geldt bij signalering heel duidelijk: je ziet het pas als je het wilt en durft te zien.
Wat doet basisschool De Waterlelie hieraan?

Op de eerste plaats nemen we deze problematiek serieus; het ergste wat je kunt doen, is negeren!
• Om een goed preventiebeleid te kunnen realiseren, is het noodzakelijk dat er een breed draagvlak is: iedereen moet ervan overtuigd zijn dat machtsmisbruik een probleem is.
• De leerkrachten moeten kritisch kijken naar hun omgang met kinderen.
• De ouders/ verzorgers moeten erbij betrokken worden, zodat er een goede klachtenregeling kan komen.

Een belangrijke preventieve maatregel is het praten over gedragsregels bij alle vormen van machtsmisbruik binnen team en medezeggenschapsraad. Het praten hierover is bedoeld om na te gaan hoe je de grenzen van kinderen kunt herkennen en erkennen.
Landelijk is er klachtencommissie geïnstalleerd, waar ook ons bestuur zich bij heeft aangesloten. Zij heeft een klachtenprocedure opgesteld, waarvan het aanwijzen van een vertrouwenspersoon onderdeel is.
Ons bestuur heeft een onafhankelijke externe vertrouwenspersoon en iedere school heeft een interne vertrouwenscontactpersoon gekozen.

Wat kunt u doen bij problemen of klachten?

Bij problemen die te maken hebben met machtsmisbruik op school kunt u contact opnemen met onze interne vertrouwenscontactpersoon (mevrouw M. Sturrus, 078-682 22 52). Bij klachten van een ernstige omvang kunt u ook rechtstreeks de externe vertrouwenspersoon inschakelen (mevrouw J. Greaves, 078 – 682 24 16). Beide vertrouwenspersonen hebben een geheimhoudingsplicht: dat betekent dat er alleen met uw toestemming aan anderen informatie gegeven mag worden. Eventueel kunt u ook direct een klacht indienen bij de klachtencommissie

5.12 Inspectie

Voor vragen over het onderwijs kunt u bellen met de inspectie telefoonnummer 0800-80 51. Ook kunt u contact opnemen via e-mail Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

5.13 Schoolmaatschappelijk werk

Wanneer daartoe aanleiding bestaat, kan de school in overleg met u besluiten een beroep te doen op het schoolmaatschappelijk werk van Aafje. Het schoolmaatschappelijk werk richt zich met name op problematiek die op school en/of thuis tot uiting komt in gedrag en/of werkhouding van de leerling.
Ouders kunnen ook zelf contact opnemen met het smw met een vraag of probleem (telnr: 078 – 683 19 03).
Daarnaast kan bijv. de intern begeleider, de leerkracht, de huisarts, de schoolarts of een andere hulpverlener u adviseren contact op te nemen met smw.

6. Regelingen en afspraken van A tot Z

Aansprakelijkheid
De gemeente en de school aanvaarden geen aansprakelijkheid voor diefstal, beschadiging of zoekraken van persoonlijke eigendommen. Alleen als er sprake is van schade ontstaan n.a.v. verwijtbare gedragingen, handelingen of opdrachten door een leerkracht, of het in stand houden van gevaarlijke situaties door het bevoegd gezag, kan er grond zijn voor verhaal.
Wij adviseren daarom kostbare spullen niet onbeheerd op school te laten, het op de fiets naar school gaan als men op loopafstand woont te beperken en kwetsbare goederen thuis te laten.
Het is aan het oordeel van de ouders om een ongevallen- of een W.A.-verzekering af te sluiten. Wij achten het afsluiten van bovengenoemde verzekeringen wenselijk.

Adressen
De adressen en telefoonnummers van teamleden en leerlingen in de groep van uw kind, ontvangt u in een aparte bijlage, die alleen verstrekt wordt aan ingeschreven leerlingen.

Bedrijfshulpverlening
In de school zijn de volgende gediplomeerde bedrijfshulpverleners aanwezig: Linda Lobrink, Jan Pieter ter Hofstede, Marian Sturrus en Esther Guçmen, Esther van Velzen en Ruben van der Steen. Zij komen in actie bij calamiteiten.

Bibliotheek
Op school maken we gebruik van een klassenbibliotheek, maar leerlingen mogen ook eigen boeken (of bibliotheekboeken) meenemen de klas in. Van de leerlingen van de groepen 5 t/m 8 wordt verwacht dat zij van de door hen gelezen boeken een korte inhoud weergeven. We willen ouders erop wijzen dat leerlingen gratis lid kunnen worden van de bibliotheek in Hendrik-Ido-Ambacht. Regelmatig nieuwe boeken halen en lezen met uw kind zal het leesonderwijs bevorderen.

Burgerschapskunde
Binnen het onderwijs op De Waterlelie wordt aandacht geschonken aan onze multiculturele samenleving. Omgangsvormen en respect voor elkaar staan hoog in het vaandel. We besteden aandacht aan burgerschapskunde tijdens de wereldoriënterende vakken en met behulp van de methode Sam Sam.

Bijwonen van lessen
U kunt altijd een les bijwonen. Het is prettig om van tevoren de betrokken leerkracht te laten weten dat u komt kijken. Tijdens de jaarlijkse open dag heeft u vrij toegang tot alle klassen. U kunt het onderwijs dan in de praktijk zien.

Bovenschoolse directie
De bovenschoolse directeur openbaar onderwijs is dhr. M. Schenk. Hij voert taken uit voor De Dukdalf, De Bron en De Waterlelie. Beleidszaken m.b.t. financiën, personeel, onderwijsinhoud, leerlingen, organisatie en onderhoud en beheer vallen onder zijn verantwoordelijkheid.
Van bovengenoemde taken zijn onderdelen gedelegeerd naar de directeur van de school.
De dagelijkse leiding op de scholen is in handen van de directeur.

Buitenschoolse opvang
Per 1 augustus 2007 zijn scholen verplicht te zorgen voor buitenschoolse opvang. Het bestuur heeft voor de openbare basisscholen een overeenkomst gesloten met Kinderopvang-Ambacht, die voor een professionele opvang kan zorgen.
Voorschoolse opvang is mogelijk vanaf 07.30 uur. Naschoolse opvang is mogelijk tot 18.30 uur.
Indien u uw kind hiervoor wilt aanmelden, kunt u contact opnemen met tel. 078-682 05 61 (liefst op dinsdag –of vrijdagmorgen) of via de website: www.kinderopvang-ambacht.nl
Deze opvang vindt plaats op hetzelfde cluster.

Fietsen
Kinderen die dicht bij school wonen, kunnen het beste lopend naar school komen. Dit geldt niet voor de kinderen die ver van school wonen. De fietsen worden in de rekken geplaatst.

Gymnastiek
De kinderen van groep 1 en 2 dragen tijdens het bewegingsonderwijs hun ondergoed en gymschoenen met stroeve zool en elastiek of klittenband als sluiting. Wij verzoeken u de eigendommen van uw kind te merken. Bij gymnastiek is het dragen van stevige gymschoenen verplicht.
De kinderen van groep 3 t/m 8 dragen een sportbroek met shirt of gympakje.

Gedragsregels
Voor leerlingen en leerkrachten hebben we klassenregels en afspraken geformuleerd die tot doel hebben de onderlinge omgang volgens de fatsoensnormen te laten verlopen.

Inzamelen batterijen en cartridges
Op school kunnen lege batterijen in de daarvoor bestemde ton gedeponeerd worden. Cartridges kunnen worden ingeleverd in de daarvoor bestemde doos. De spullen worden opgehaald en milieuvriendelijk verwerkt. De school spaart via dit systeem voor leuke schoolartikelen.

Klachtenprocedure
Klachten over gebeurtenissen in de klas dient u in eerste instantie met de betrokken leerkracht(en) te bespreken. Wanneer geen oplossing wordt gevonden, kunt u zich richten tot de bouwcoördinator of directeur. Indien u van mening bent dat uw klachten niet opgelost zijn, verwijzen we u naar de inhoud van de klachtenregeling die ter inzage ligt bij de medezeggenschapsraad, directeur en bovenschoolse directie. Deze klachtenregeling is overeenkomstig de landelijke door besturen en vakorganisaties vastgestelde regeling. Landelijke klachtencommissie, postbus 162, 3440 AD Woerden. Vertrouwenspersoon voor onderwijskundige zaken is dhr. M. Schenk tel. 078 – 6849156.
Vertrouwenspersoon m.b.t. seksuele intimidatie is mevr. J.G.W. Greaves-Otte, schoolarts, telefonisch bereikbaar onder 078 – 682 24 16.
Leerplicht
Een kind mag met 4 jaar naar de basisschool. Verplicht is dit dan nog niet. Voorafgaand aan de vierde verjaardag mag een kind al 5 keer “op visite” komen om te wennen. Ingeschreven kinderen krijgen een oproep van de leerkracht. Uw kind is leerplichtig op de eerste schooldag van de maand die volgt op de maand waarin uw kind 5 jaar is geworden. Nu kan het
gebeuren dat een schoolweek van zo’n 23 uur voor een vijfjarige nog wat vermoeiend is. Er kan dan gebruik worden gemaakt van een speciale regeling. Een vijfjarige kleuter mag een dag per week verzuimen, als de ouder dit tijdig overlegt met de klassenleerkracht.

Opsparen van deze uren voor bijvoorbeeld een extra vakantie is niet toegestaan. Zodra uw kind 6 jaar is, stopt deze regeling. In het jaar dat uw kind 12 jaar wordt, zal het in de meeste gevallen de basisschool verlaten. Uw kind heeft dan 8 jaar basisschool achter de rug. Snelle kinderen kunnen er wat korter over doen. Kinderen die wat meer tijd nodig hebben, mogen wat langer op de basisschool blijven, echter niet meer dan twee jaar extra.


Overblijven
De kinderen van de groepen 1 t/m 3 kunnen via De Vlindertuin (Stichting Kinderopvang Hendrik-Ido-Ambacht) tussen de middag opgevangen worden. U kunt hiervoor contact opnemen met Mieke Korteland, telnr. 078 – 682 05 61. De kinderen krijgen een verse lunch aangeboden onder begeleiding van professionele kinderopvang. Daarnaast hebben ze de beschikking over veel speelmateriaal en kunnen ze bij goed weer ook gebruik maken van het speelterrein buiten. De kinderen van de groepen 4 t/m 8 worden opgevangen binnen de school. U kunt hiervoor contact opnemen met Jolanda van Stee, telnr. 06-42366569 of via e-mail Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Overlegvormen
Gedurende het schooljaar vinden de volgende overlegvormen plaats:
Algemeen Management Team: overleg van directeuren en bovenschoolse directie 11x per jaar;
Teamvergadering: overleg teamleden en directeur 4 x p.j.;
Bouwvergadering: overleg collega’s van een bouw (groep 1 t/m 3 en groep 4 t/m 8) 10 x p.j.;
Leerlingbesprekingen: overleg teamleden en intern begeleider 6x p.j.;
Zorg Team: overleg externe deskundigen, intern begeleider en leerkracht(en) 6x p.j.;
Duo-overleg: wekelijkse overdracht tussen duo-partners.

Pauze
De kinderen hoeven geen etenswaren mee te nemen van thuis. De school heeft ervoor gekozen om de leerlingen een kaakje te geven tijdens het melk drinken. Hiermee hopen we het plein opgeruimd te houden en de verschillen in meegebrachte etenswaren te verhelpen.

Protocol gescheiden ouders
De school is verplicht gescheiden ouders beiden te informeren over hun kinderen. Het protocol ligt ter inzage op school.

Roken
Het is nergens in school toegestaan om te roken.

Schoolfonds, schoolreis en kamp
Het schoolfonds is een vrijwillige ouderbijdrage. Uit het schoolfonds worden diverse activiteiten gefinancierd: het sinterklaasfeest, kerstdiner, paasfeest, excursies enz. Materialen die noodzakelijk zijn voor goed onderwijs, maar niet door de overheid vergoed worden, zijn toch beschikbaar dankzij het schoolfonds. Het schoolfonds bedraagt € 30,- per leerling. Daarnaast betaalt u een bijdrage van €25,-voor het schoolreisje (groep 1 t/m 7).
In groep 8 gaan de kinderen op kamp. De kosten voor het driedaagse kamp zijn €85,-
De kosten van het busvervoer voor schoolzwemmen zijn €50,- per jaar per leerling. Er wordt voor een maximum van 2 kinderen per gezin gerekend. Wij verzoeken u de rekening voor 1 januari van het lopende schooljaar te betalen.
De activiteitencommissie beheert deze gelden.

Schoolfotograaf
Eenmaal per jaar bezoekt de schoolfotograaf onze school. Hij maakt dan groepsfoto’s en foto’s van uw kind alleen en foto’s van uw kind met op school zittende broer(s) en/of zus(sen).

Speelgoed
Het is niet toegestaan om speelgoed van thuis mee de klas in te nemen. Slechts op verjaardagen en bij speciale activiteiten wordt een uitzondering op deze regel gemaakt.

Speelkwartier
De groepen 3 t/m 5 hebben speelkwartier van 9.55 uur tot 10:10 uur en de groepen 6 t/m 8 van 10.15 uur tot 10.30 uur Wanneer het weer dit toelaat, gaan de kinderen naar buiten. In geval van erg slecht weer zal er binnen pauze worden gehouden.

Schoolmelk
De kinderen drinken in de pauze schoolmelk. U kunt kiezen uit: halfvolle melk, chocolademelk, optimel en drinkyoghurt. Naast zuivel biedt Campina ook schoolfruit aan. Het aanmeldingsformulier kunt u krijgen bij de leerkracht en zelf opsturen naar Campina. De betaling geschiedt via een acceptgiro of door automatisch afschrijven rechtstreeks door Campina (tel. 0900-235 63 55). Het abonnement hoeft na de grote vakantie niet vernieuwd te worden. Wijzigingen kunt u d.m.v. een op school verkrijgbare wijzigingskaart doorgeven. Schoolmelk heeft enkele praktische voordelen boven de van thuis meegebrachte melk. Schoolmelk is er altijd, kan niet vergeten worden. Er blijven geen bekers op school staan. Het openen is gemakkelijker dan het openen van een beker en wat voor ons het belangrijkste is: het omvallen van een pakje schoolmelk heeft minder vochtige gevolgen dan het morsen met een beker. Daarom geven wij de voorkeur aan het drinken van schoolmelk.

Sportdag
Sportdag is voor alle leerlingen van groep 7 en 8. De leerlingen in groep 1 en 2 hebben die ochtend (meestal vrijdagochtend) vrij. De leerkrachten van de onderbouwgroepen zijn nodig om te assisteren bij de sportdag.

Verzekering
Leerlingen zijn niet via de gemeente verzekerd. Leerkrachten zijn dit wel, maar alleen tegen (bewezen) wettelijke aansprakelijkheid. Een voorbeeld: Wanneer uw kind met een kapotte jas thuiskomt en dit is door een andere leerling veroorzaakt, dan kunt u de ouders van het andere kind aansprakelijk stellen voor de schade.
De school staat hier buiten, of er moet bewezen kunnen worden dat de leerkracht van uw kind nalatig is geweest. De Waterlelie sluit voor de schoolreizen, kamp e.d. een schoolreisverzekering af. Dit betekent dat de leerlingen en begeleiders verzekerd zijn. De eventueel uit te keren bedragen zijn echter gelimiteerd. Het is daarom zinvol dat u als ouder nagaat of uw kind goed en in voldoende mate verzekerd is tegen aansprakelijkheid en ongevallen.


Vakanties
De vakanties staan genoteerd op de schoolkalender. Houdt u er rekening mee dat voor een vakantie van een week of langer voor de bovenbouw een vroegertje wordt gegeven.


Verjaardagen
Jarige kinderen mogen hun klasgenoten trakteren. Voor of na de pauze is er gelegenheid om de leerkrachten een traktatie aan te bieden. De jarige ontvangt een kaart met felicitaties en stickers van de leerkrachten.

Verlof buiten schoolvakanties
A. Vakantieverlof:
Vakantieverlof mag alleen worden verleend, wanneer wegens de specifieke aard van het beroep van één van de ouders het slechts mogelijk is buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan. In dit geval moet een werkgeversverklaring worden overlegd, waaruit blijkt dat verlof binnen de officiële schoolvakantie niet mogelijk is. Het verlof dient schriftelijk d.m.v. het verlofformulier bij de directeur te worden aangevraagd. Het verlof mag slechts 1x per schooljaar worden aangevraagd en de maximum duur is 10 schooldagen. De directeur mag geen verlof verlenen in de eerste twee weken van het schooljaar.
B. Verlof in geval van gewichtige omstandigheden:
Tot en met 10 schooldagen per schooljaar dient u schriftelijk aan te vragen bij de directeur. Bij meer dan 10 schooldagen per schooljaar dient u minimaal 4 weken van tevoren een aanvraag in te dienen via de directeur bij de leerplichtambtenaar van de woongemeente.
Onder gewichtige omstandigheden verstaat de Leerplichtwet omstandigheden die buiten de wil van de leerling of ouders zijn gelegen: voldoen van wettelijke verplichtingen, nakomen van medische afspraken, verhuizing, bijwonen van huwelijk van verwanten, ernstige ziekte van verwanten, overlijden van verwanten, jubilea. In voorkomende gevallen dient een verklaring van arts of maatschappelijk werker te worden overlegd, waaruit blijkt dat verlof noodzakelijk is.
In alle gevallen overlegt u tijdig met de directeur.
De leerplichtwet staat toe dat een leerling godsdienstige verplichtingen vervult, maar ouders moeten dit minstens 2 weken van tevoren aan school laten weten. De duur van het verlof geldt 1 dag per feest- of gedenkdag.

Geen reden voor verlof:
Familiebezoek, vakantie in de goedkope periode, ontbreken van boekingsmogelijkheden, uitnodiging van vrienden of familie, eerder vertrek of later terugkeer vanwege verkeersdrukte, deelname aan sportieve of culturele evenementen buiten schoolverband, kinderen uit het gezin op een andere school die vrij hebben. Zie ook de gemeentegids op blz. 59.

Verzuimen
Ieder kind van 5 jaar moet op de eerste dag van de maand nadat hij/zij 5 jaar geworden is, zijn
ingeschreven op een school voor basisonderwijs. In de leerplichtwet staan de regels voor het bezoeken van de school beschreven.
De regels voor schoolverzuim zijn door de minister vastgelegd en scholen houden het verzuim bij.
Worden kinderen niet afgemeld door ouders en is er geen verlof aangevraagd, dan wordt het verzuim gezien als ongeoorloofd en moet worden doorgegeven aan de Ambtenaar van leerplichtzaken.
Verzuimen van uw kind(eren) dient u altijd voor schooltijd door te geven. Indien uw kind zonder melding afwezig is, zal de leerkracht u trachten te bellen, hetgeen echter inhoudt dat de les op dat moment stil ligt. Verzuim van niet-leerplichtige kinderen geeft u door aan de klassenleerkracht en verzuim wegens gewichtige omstandigheden vraagt u vooraf aan de directeur. Aanvragen voor een speciale regeling doet u d.m.v. een aanvraagformulier aan de directeur. (Zie ook “Verlof buiten schoolvakanties”).
Voor informatie over schoolverzuim en leerplicht kunt u zich ook wenden tot bureau leerplicht en voortijdig schoolverlaten te Dordrecht (telnr: 078-639 80 90)

Voortgezet onderwijs
Onze school onderhoudt goede contacten met de scholen voor voortgezet onderwijs in de regio. Zo is er een structureel overleg met het Walburg College.

Vulpen
In de schriften schrijven de kinderen met een vulpen. Deze wordt eenmaal door de school verstrekt, halverwege groep 3. Nieuwe pennen zijn tegen kostprijs (€. 6,50) op school te krijgen. Vullingen van de schoolpen zijn gratis. Leerlingen mogen ook met een Lamy vulpen schrijven. Lamy vullingen worden echter niet door school verstrekt vanwege de hoge kosten.

Zwemmen
De zwemlessen beginnen in de tweede schoolweek. De leerlingen van de groepen 1,2, en 3 worden per bus vanaf de school vervoerd en ook als groep weer teruggebracht. De “natte” gymlessen worden gegeven door de zwemonderwijzer(es). Wanneer uw kind niet mee zwemt, moet er een gegronde reden zijn. Als uw kind onverhoopt toch niet mag zwemmen, is een schriftelijke afmelding verplicht. Aan de lessen zijn geen kosten verbonden. Het vervoer van en naar het zwembad dient wel door de ouders te worden betaald. De ouders betalen maximaal voor 2 kinderen. Indien uw kind langere tijd niet mag zwemmen is een doktersverklaring gewenst.
Het verschuldigde bedrag wordt samen met schoolreis en schoolfonds in rekening gebracht. De leerkracht benadert enkele ouders die behulpzaam zijn bij het toezicht in het zwembad en het afdrogen en aankleden. Enkele malen per jaar mogen de ouders van de kleuters meezwemmen. Dit meezwemmen wordt door de kinderen als extra stimulans ervaren.
Wij adviseren daarom gebruik te maken van deze mogelijkheid. De data worden per nieuwsbrief bekendgemaakt evenals de data van het met kleren zwemmen.